De preventieve aanpak van thuisverpleegkundigen bij ouderen met suïcidaliteit

Tijdens de literatuurstudie bleek dat thuisverpleegkundigen dicht bij de patiënt staan, waardoor ze vanuit een vertrouwensrelatie preventief te werk kunnen gaan. Tijdens het praktijkonderzoek stonden de noden centraal die verpleegkundigen ervaren in de communicatie en omgang met patiënten met suïcidale gedachten.

Context

Het suïcidecijfer bij ouderen ligt relatief hoog. Er treedt een stijging op van het suïcidecijfer vanaf de doelgroep 65- tot 69-jarigen. De stap zetten naar een zorgverlener is voor veel ouderen nog zeer groot waardoor detectie door de verpleegkundigen zeer belangrijk is. Communicatie is hierbij een effectieve methode om het probleem in kaart te brengen.

Methode

Via een e-mail is er contact gezocht met verschillende thuiszorgorganisaties. Maar daar kwam weinig respons op. Met drie geïnteresseerde organisaties werd een vergadering georganiseerd ter verduidelijking van het onderwerp van dit onderzoek. Nadien is er besloten om met een organisatie verder te gaan om optimaal op de noden te kunnen inspelen.

Resultaten

Vanuit de overheid wordt ingezet op suïcidepreventie door middel van een gezondheidsdoelstelling, die ook kan toegepast worden op de oudere zorgvrager. De cijfers tonen aan dat het aantal suïcides bij ouderen in 2016 aanzienlijk minder was dan in het jaar 2000. Toch zijn er heel wat ouderen met suïcidale gedachten die niet of nauwelijks worden opgemerkt. Er heerst ook een groot taboe over communicatie bij suïcide, wat het moeilijker maakt om het risico op suïcide in te schatten en hier als hulpverlener preventief op in te gaan. Onderzoek toont dan ook aan dat er nood is aan deskundigheidsbevordering op het vlak van kennis, attitude, zelfvertrouwen en voornamelijk communicatie. Door met thuiszorgorganisaties grondig in gesprek te gaan, is besloten om een nodenanalyse op te maken. Dit werd uitgevoerd aan de hand van een enquête. Bij elke organisatie was er vraag naar verduidelijking over communicatie en doorverwijzing.

Conclusie

Verpleegkundigen zijn een belangrijke factor bij het doorbreken van het suïcidaal proces. Er is gebleken dat communicatie een effectieve methode is om preventief te handelen. Uit de noden die voortgekomen zijn uit de enquête, is er een informatieplatform ontwikkeld op maat van de organisatie. Hier kunnen verpleegkundigen een beroep doen wanneer nodig. Algemeen kan gesteld worden dat dit een zeer relevant en actueel onderwerp is. Gezien de complexiteit en diversiteit van het thema is het noodzakelijk om dit verder bespreekbaar te maken en hier verder onderzoek naar te doen. De coronacrisis maakte dit nog meer duidelijk.

De studenten

Ellen Vandewalle, Ilke Van Branteghem, Lies De Mot en Tahnee Ackermann studeerden in juni 2021 af als bachelor verpleegkundigen aan Odisee Hogeschool Aalst. Gedurende twee jaar werkten ze aan een bachelorproef waaruit blijkt dat suïcide een algemeen volksgezondheidsprobleem is dat alleen maar zal toenemen in de toekomst. Net om die reden kozen de studenten voor dit maatschappelijke onderwerp.


Medicatie zelfmanagement bij volwassen gehospitaliseerde schizofrene of bipolaire patiënten

De bereidwilligheid en attitude van zorgverleners ten aanzien van medicatie zelfmanagement bij volwassen gehospitaliseerde schizofrene of bipolaire patiënten

In deze masterproef werd onderzoek gedaan naar de bereidwilligheid en attitude van psychiaters en psychiatrische verpleegkundigen rond medicatie zelfmanagement (MZM) bij gehospitaliseerde schizofrene of bipolaire patiënten. Medicatie zelfmanagement omvat de zelfzorg, zelfhulp en zelfregie van eigen medicatie eerder dan dat zorgverleners of anderen deze rol op zich nemen. Bij het toepassen van MZM in de dagelijkse praktijk binnen een psychiatrische instelling zijn verschillende zorgverleners betrokken. Hierdoor is het van belang om inzicht te krijgen in de bereidwilligheid en attitude van deze zorgverleners. Als ze niet bereid zijn om te participeren en zich te engageren, is het toepassen van MZM onmogelijk. Momenteel is het onduidelijk of zorgmedewerkers in de psychiatrie wel bereidwillig zijn en welke factoren MZM bevorderen of bemoeilijken. Hierdoor was verder onderzoek noodzakelijk.

 

Sarah Hadouchi (34 jaar)

Zal afstuderen in: september 2021, master in de verpleegkunde – Universiteit Antwerpen

Geleerd: Ik heb geleerd dat het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek zeer complex, maar enorm boeiend kan zijn. Wanneer het dan later mee geïmplementeerd wordt in een doctoraatsstudie geeft dit enorm veel voldoening.

Context

Medicatie zelfmanagement (MZM) is een essentieel onderdeel van herstel en welzijn voor psychiatrische patiënten. De toepassing ervan kan verschillende voordelen bieden zoals een toegenomen patiënten tevredenheid, de bevordering van zelfzorg competenties, therapietrouw ten opzichte van de medicatie en een verbeterde veiligheid. In tijden van kortere ziekenhuisverblijven, toenemende administratieve druk en verhoogde werklast, krijgt het misschien niet de prominente plaats die het verdient bij het helpen van patiënten om hun medicatieregime in hun levensstijl te integreren. Zorgverleners spelen daarom een prominente rol bij het beïnvloeden van de houding van de patiënt.

Methode

Deze masterproef maakt deel uit van een doctoraatsonderzoek naar MZM in de psychiatrie en betreft een kwantitatief observationeel cross-sectioneel onderzoek. Zorgverleners werden bevraagd aan de hand van een zelf ontwikkelde gestructureerde digitale vragenlijst. Alle beschikbare psychiaters en psychiatrische verpleegkundigen die tewerkgesteld waren op een psychiatrische afdeling, waar gehospitaliseerde patiënten met schizofrenie of een bipolaire stoornissen verbleven, werden geïncludeerd in deze studie. In totaal hebben vier verschillende Vlaamse psychiatrische ziekenhuizen en één universitair psychiatrisch ziekenhuis deelgenomen aan dit onderzoek. Daarnaast hebben er ook verschillende psychiatrische verpleegkundigen digitaal deelgenomen aan dit onderzoek.

Resultaten

In totaal hebben 190 zorgverleners deelgenomen aan dit onderzoek en is 86% bereid MZM toe te staan tijdens de hospitalisatie, waarvan 86% verpleegkundigen en 85% artsen. Verder bleek 5% van de zorgverleners niet bereid te zijn. De meerderheid van de zorgverleners (77%) vindt dat MZM toegelaten moet worden tijdens de hospitalisatie indien de patiënt hiertoe in staat is en het zelf wil. Vervolgens vindt 94% dat het regelmatig evalueren van de patiënt zijn competenties omtrent MZM tijdens de hospitalisatie een belangrijke voorwaarde moet zijn en 92% is van mening dat de patiënt gemotiveerd moet zijn om zijn medicatie correct in te nemen. Zo’n 64% van de zorgverleners vindt het een belangrijke voorwaarde dat de patiënt eerst aantoont zich aan de gemaakte afspraken te kunnen houden en 63% hecht belang aan extra ondersteuning of begeleiding vooraleer er met MZM gestart wordt. De belangrijkste voordelen van MZM volgens de zorgverleners zijn dat de patiënt zich meer autonoom en onafhankelijk zou voelen (94%) en dat de patiënt zijn capaciteiten tot MZM beter zouden worden ingeschat tijdens de hospitalisatie (90%).

Conclusie

Zorgverleners zijn bereid om patiënten zelf hun medicatie te laten toedienen tijdens de hospitalisatie. Om MZM tijdens de hospitalisatie te vergemakkelijken, worden niettemin belangrijke voorwaarden en competenties gedefinieerd. Beleidsmatig geeft dit onderzoek waardevolle inzichten over hoe zorgverleners tegenover MZM staan om aanstaande implementatiestrategieën uit te werken. Toekomstig onderzoek zal zich richten op het ontwikkelen van een evidence-based procedure om MZM in de psychiatrie tijdens de hospitalisatie te vergemakkelijken en om na te gaan welke gevolgen dit heeft voor de dagelijkse praktijk.

Zet je graag jouw bachelorproef of masterproef hier in de kijker? Laat het ons weten via journalist@nvkvv.be.


Hoe kunnen verpleegkundigen in de thuiszorg bewuster gemaakt worden voor de psychosociale gevolgen van hyperacusis?

Door middel van deze bachelorproef werd onderzocht wat de psychosociale gevolgen zijn voor personen die lijden aan hyperacusis.

Context

Er zijn meerdere gehooraandoeningen, waarvan hyperacusis er een is. De aandoening is nog weinig bekend, waardoor ze ook kan rekenen op weinig begrip. Door middel van deze bachelorproef wil ik de aandacht vestigen op deze aandoening.

Methode

Vooraleerst startte ik met een studie van de literatuur omtrent hyperacusis. Daarbij richtte ik me op de psychosociale gevolgen van de aandoening, en welke rol de zorgverstrekkers daarin kunnen spelen. Ook heb ik een filmpje gemaakt over de aandoening.

Resultaten

Hyperacusis betekent letterlijk “te veel horen”. De patiënten die lijden aan deze aandoening, horen eigenlijk te goed en zijn daardoor overgevoelig aan geluid. Een gesprek van een normale 55dB wordt vaak al als hinderend ervaren. De hersenen versterken het normale geluid tot lawaai. Hyperacusis kan vele verschillende oorzaken hebben, waaronder een oorontsteking, een auto-immuunziekte, een teveel aan stress of een akoestisch trauma. Het kan ook gepaard gaan met tinnitus, met migraine, met autisme en met andere aandoeningen. De psychische gevolgen van hyperacusis kunnen groot zijn, zowel voor de patiënt als voor de familieleden. Een patiënt kan bepaalde plaatsen vermijden of kan redenen zoeken om binnenshuis te blijven. Dit heeft op zijn beurt dan een sterk negatieve impact op het sociale leven. Ook op het werkvlak ervaart de patiënt allerlei problemen. Het gebrek aan sociale steun op het werk kan zorgen voor extra stress. Voor de patiënt is het moeilijker om goed te presteren op het werk aangezien geluiden al snel hinderlijk en stresserend zijn. Door slaapproblemen is werken lastiger, en is het moeilijker goede relaties met anderen op te bouwen of te onderhouden. Het is vooral belangrijk dat de patiënt kan rekenen op steun en begrip. Het maakt het leven van de patiënt aangenamer en vermindert stress. Een snelle doorverwijzing naar een specialist kan vele psychische problemen voorkomen.

Conclusie

Hyperacusis kan een grote impact hebben op het leven van de patiënt. Het is belangrijk de aandoening bekend te maken, zodat de symptomen sneller herkend kunnen worden. Zo kan de patiënt tijdig gesteund worden en rekenen op begrip. Maar zo kan de zorgverstrekker de patiënt ook sneller doorverwijzen naar een specialist. Hierdoor kunnen mogelijke psychische problemen vermeden of verminderd worden.

 

Cathy Strybos (36 jaar)

Bachelorproef gemaakt: juni 2021, Campus Thomas More Mechelen.

Geleerd: Hyperacusis kan een grote impact hebben op het leven van de patiënt. Het is belangrijk de aandoening bekend te maken, zodat de symptomen sneller herkend kunnen worden, zodat de patiënt tijdig gesteund kan worden en kan rekenen op begrip, en zodat de zorgverstrekker de patiënt sneller kan doorverwijzen naar een specialist. Hierdoor kunnen mogelijke psychische problemen vermeden of verminderd worden.

 

Referenties

  1. Aazh, H., C.J. Moore, B. (2017) Factors Associated With Depression in Patients With Tinnitus and Hyperacusis.
  2. Paulin, N., Nordin, M., Nybock, M-H., Nordin, S., (2018) Associations between hyperacusis and psychosocial work factors in the general population.


Student Corner: Intranasale ketaminespray bij majeure depressie

Op basis van wereldwijde data wordt geschat dat tussen de 4 en 10 procent van de bevolking op een bepaald moment in zijn of haar leven wordt getroffen door een depressie. Uit onderzoek blijkt dat patiënten met majeure depressie die klassiek behandeld worden, vaak hervallen of therapieresistent worden. Hierdoor zijn wetenschappers op zoek naar een effectief medicijn om depressieve stoornissen te bestrijden. Intranasale (IN) ketaminetoediening is momenteel een van die behandelingen die experimenteel wordt ingezet. Bovendien is deze minder invasief dan de IV-toediening en wordt deze, bij correct gebruik, bijna helemaal opgenomen.

Beste dosis

Intranasale esketamine wordt idealiter gecombineerd met orale antidepressiva. Uit onderzoek blijkt dat 28mg, 56mg en 84mg esketamine de meest voorkomende dosissen voor een neusspray zijn. Toch komt de dosis van 56mg uit de literatuur als meest effectieve toediening naar boven. De dosis van 28mg lijkt een te lage hoeveelheid met minder doeltreffendheid. Een dosis van 84mg is dan weer te hoog en heeft dus ook meer bijwerkingen. Er wordt gebruikgemaakt van neussprays die met één verstuiving 14mg esketamine bevat.

Kosteneffectiviteit

Uit de onderzochte literatuur viel vooral op dat het geneesmiddel aanzienlijk duurder is dan courante antidepressiva. Volgens de literatuur suggereren onderzoekers, dat er nood is aan een dagopname en monitoring gedurende twee uur na de toediening. Dit heeft een aanzienlijk kostenplaatje.

Discussie

Intranasale esketaminetoediening is een veelbelovende behandeling. Zo kan al een positief effect van esketamine op depressieve symptomen (MADRS-schaal) worden waargenomen vanaf vier uur na de eerste toegediende dosis (84 mg). Volgens onderzoek kon de positieve respons op esketamine aanhouden tot een jaar.

Er werd bij 90,1 procent van de deelnemers gezien dat er sprake was van vaak voorkomende bijwerkingen die licht of matig van intensiteit zijn zoals duizeligheid (32,9 procent), dissociatie (27,6 procent), misselijkheid (25,1 procent) en hoofdpijn (24,9 procent). De bijwerkingen verdwenen diezelfde dag.

Verpleegkundige relevantie

De verpleegkundige heeft een groot aandeel bij de toepassing van intranasale esketamine. Zo staat deze in voor het instrueren en begeleiden van de patiënt tijdens de toediening. Na contactname met het werkveld blijkt dat dit best gebeurt op een PAAZ-afdeling. Op zo’n afdeling is monitoring en observatie haalbaarder omdat de patiënten dan in dichte omgeving van het zorgpersoneel zijn. Verder staat de verpleegkundige ook in voor de parametercontrole en opvolging van de bijwerkingen na toediening. Dit gebeurt best in een grote zaal, waar het overzicht kan behouden worden over een groep patiënten. Er moet een verpleegkundige aanwezig zijn die getraind is in cardiopulmonale reanimatie. Hierdoor is er potentieel noodzaak tot (her)educatie.

Brian Dumon, Emma Gribbe, Caro Vonck en Tomas Christleven zijn vier vierdejaarsstudenten van de professionele bachelor in de verpleegkunde aan de Odisee hogeschool, campus Aalst. Dit academiejaar onderzochten ze de optimale dosage van de esketamine neusspray. Dit praktijkonderzoek vormt het sluitstuk van hun opleiding tot bachelor in de verpleegkunde. Met dit artikel hopen ze meer bekendheid te genereren over het onderwerp.


Student Corner: Evaluatie en optimalisatie van de Marijuana Withdrawal Checklist

In deze bachelorproef werd een evaluatie en optimalisatie gedaan van de Marijuana Withdrawal Checklist (MWC) die al gebruikt werd op de afdeling ontwenning in de Kliniek Sint-Jozef in Pittem. Deze optimalisatie resulteerde in, voor verpleegkundigen, drie gebruiksklare documenten. Voor verpleegkundigen werd een leidraad gemaakt om ontwenningssymptomen beter in te schatten. De duur van de opvolging van de ontwenning en de frequentie van afname van het instrument werd herbekeken. Als laatste werd een document opgemaakt waarbij de patiënten inzicht krijgen op de mogelijke ontwenningssymptomen die zich kunnen manifesteren. Voor patiënten werden de eerste stappen gezet richting een educatieve sessie rond energiebalans. Deze sessie wordt verder geïmplementeerd door de bewegingstherapeut van de afdeling.

Tekst: Hanne Coussens (Hogeschool VIVES)

Context

Bij de ontwenning van cannabis is het van groot belang om als verpleegkundige kennis te hebben over mogelijke ontwenningssymptomen die kunnen optreden. Om deze symptomen goed op te volgen en te interpreteren, is een duidelijk instrument noodzakelijk. Voor mijn bachelorproef herwerkte ik de al bestaande MWC. Hierbij werd voornamelijk gefocust op het toekennen van een score aan de geobserveerde ontwenningssymptomen.

Methode

Via een vragenlijst werd gepeild naar de ervaringen van de verpleegkundigen met de huidige MWC. Er werd specifiek bevraagd welke moeilijkheden ze ondervonden en welke aanbevelingen ze hadden voor de optimalisatie van het instrument. Daarnaast werd een literatuurstudie gedaan om nieuwe inzichten te verkrijgen omtrent de ontwenning van cannabis. De gehanteerde MWC werd door middel van een literatuuronderzoek vergeleken met de huidige beschikbare evidentie. Vele gesprekken met verpleegkundigen, psychologen en met de afdelingspsychiater vonden plaats om deze optimalisatie voor te bereiden. Met al deze verzamelde informatie werd een nieuw instrument ontwikkeld.

Resultaten

Een belangrijk verzameld gegeven uit de literatuurstudie is dat de ontwenningssymptomen van cannabis tijdelijk zijn. Ze zijn daarnaast ook niet levensbedreigend, maar wel onaangenaam. Via de vragenlijst werden suggesties ter optimalisatie verzameld.

De geoptimaliseerde MWC bestaat uit drie delen. Het eerste deel is het document dat gehanteerd wordt om het uitgangspunt te kiezen en de scores te noteren. Het tweede document is de leidraad, die bestaat uit verschillende onderdelen. Als eerste zijn er de interventies die moeten gebeuren bij het bekomen van bepaalde scores. Als tweede is er de verduidelijking van de checklist met mogelijk te stellen vragen en scores die gegeven moeten worden aan bepaalde antwoorden. Als laatste is er de extra uitleg bij de uitgangspunten. Hierbij staan afnameschema’s en uitleg rond keuzes voor uitgangspunten. Het laatste document is voor de patiënt bij wie de MWC wordt afgenomen. Het is een blad met pictogrammen waarop de mogelijke ontwenningssymptomen van cannabis genoteerd staan.

Conclusie

Er werd een nieuw instrument gecreëerd en geïmplementeerd door deze bachelorproef. Er werden evaluatiecriteria afgegeven aan de afdeling. Tijdens de voorstelling van het herwerkte document werd het met veel enthousiasme door de afdeling onthaald.

Hanne Coussens (22 jaar)

Zal afstuderen in: Juni 2021, VIVES campus Kortrijk

Geleerd: Ik heb geleerd dat ik in elf weken een instrument volledig kon herwerken naar de noden van een afdeling. Dit gaf me veel voldoening. Het was een ware leerschool om met verschillende mensen in overleg te gaan, samen met mijn begeleiding en de mensen van op stage na te denken en zo tot het best mogelijke resultaat te komen.

Zet je graag jouw bachelorproef of masterproef hier in de kijker? Laat het ons weten via journalist@nvkvv.be.