Een gameverslaving pak je niet met de gamer alleen aan

Schermen zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Of het nu televisie, tablet of consoles zijn. Voor sommigen een aangename ontspanning, voor anderen een uit de hand gelopen hobby. Vanuit hun eigen ervaring met een gameverslaving staken Matthias Dewilde en Bavo Vroman in 2019 de koppen bij elkaar. Het resultaat is GameChangers, een erkende coöperatie die gezinnen, jongvolwassenen en scholen ondersteunt en begeleidt bij problematisch gamegedrag.

Zes jaar geleden startte Matthias Dewilde met lezingen rond problematisch gamen. Hij was toen al een paar jaar bezig om zichzelf terug op de kaart te zetten. “Door het gamen raakte ik meer en meer geïsoleerd, zodanig dat ik veel sociale angsten had. Mijn studies, mijn sociale contacten, mijn gezondheid, de relatie met mijn ouders … alles leed eronder”, vertelt Matthias. Hij verdiepte zich in de materie en besloot er zijn beroep van te maken. Begin maart bracht hij zelfs het ‘Game Over’ boek uit. Bij Bavo Vroman horen we een gelijkaardig verhaal. “Bij mij liep het fout in mijn thesisjaar. Ik was bijna afgestudeerd als psycholoog. Een jaar lang heb ik alles laten varen, gezondheid incluis. Ik voelde me zo slecht en schuldig dat ik schrik had om onder de mensen te komen, of zelfs maar mijn mails te lezen. Na een jaar maakte ik schoon schip, werkte mijn thesis af en startte kort daarna mijn eigen praktijk.” In 2018 kwam hij Matthias tegen en samen besloten ze om vanuit hun eigen ervaring anderen te helpen.

Vatbare jongeren

Niet elke gamer slaagt erin eigenhandig zijn of haar gameverslaving te overwinnen. “Je moet al erkennen dat het er is. Vaak kloppen de ouders bij ons aan. Voor kinderen met heel uiteenlopende leeftijden, van 10 tot 25 jaar”, legt Matthias uit. “Ze zien problematisch gedrag of zijn bezorgd over veranderingen bij hun kind.” Door middel van individuele coaching en workshops biedt GameChangers handvaten om het gamegedrag aan te pakken, maar ook de onderliggende problematiek. “Problematisch gamen is meestal een gevolg van iets anders. Uitstelgedrag, gepest worden, onzeker of introvert zijn. Een bepaalde groep is hier gevoeliger voor. Denk aan tienerjongens of kinderen met specifieke gedragskenmerken, zoals een autismespectrumstoornis, ADHD of hoogbegaafdheid. De gamewereld biedt een veilige cocon.” GameChangers pakt die oorzaken ook aan, zowel met het kind als de ouders. Want de ouders spelen hierbij een cruciale rol en houden de verslaving vaak in stand. “Wat tolereren ze? Bakenen ze de game- of schermtijd af? Vragen ze hun kind te participeren in het huishouden?”

Balans tussen on- en offline

Het doel van GameChangers is niet om compleet te stoppen met gamen, wel om er op een verantwoorde manier mee om te gaan en actief deel te nemen aan het leven. “Sommige gamers nemen totaal geen initiatief meer. Dus is het een kwestie van een goede balans tussen de online en offline wereld te vinden. De focus ligt op je beter in je vel te voelen. Zo keert de rust terug in huis”, zegt Bavo. Een traject bij GameChangers is volledig afgestemd op de unieke context van de persoon. “Het aantal sessies die nodig zijn, hangt van zoveel factoren af. Soms vraagt de jongere of jongvolwassene zelf om nog even door te gaan. Sowieso bouwen we de begeleiding steeds geleidelijk af, door de intervallen tussen sessies te vergroten. Gaat het dan toch weer mis, dan kunnen we snel schakelen. Een traject is pas geslaagd als iedereen tevreden is met het eindresultaat.”

Tips voor ouders / partner

Wat kan je als ouders of partner doen als een zorgvrager of dierbare neigt naar een gameverslaving?

  • Toon interesse en veroordeel het gedrag niet.
  • Baken duidelijke grenzen af wanneer gamen wel en niet toegelaten is.
  • Help je dierbare stappen vooruit te zetten, maar doe het niet voor hen.
  • Toon het goede voorbeeld door zelf je schermtijd te beperken bijvoorbeeld.
  • Wacht niet tot het problematisch is, neem tijdig contact op.

Tips voor de zorgverlener

Wat je als zorgverlener doen als een zorgvrager neigt naar een gameverslaving?

  • Verwijs de (ouder/partner van een) zorgvrager door naar de site van GameChangers om een test in te vullen (gamechangers.be/test).
  • Ga in gesprek met de partijen die de situatie in stand houden.
    • Woont de jongere nog thuis?
    • Heeft hij of zij 24/7 toegang tot internet?
    • Wordt alles voor hem/haar gedaan en staat er geen enkele verantwoordelijkheid tegenover?
  • Schakel zo snel mogelijk gespecialiseerde hulp in, zoals GameChangers, en verwijs de zorgvrager door.


Taskforce toekomst verpleegkundige zorg

Om de implementatie van het functiemodel van de verpleegkundige zorg van de toekomst op te starten, is een specifieke taskforce in het leven geroepen. Dit gebeurt op interfederaal niveau met alle betrokken stakeholders en ministers voor onderwijs en gezondheid in ons land. Ook het NVKVV nam, via de Federale Raad voor Verpleegkunde (FRV) en de Technische Commissie voor Verpleegkunde (TCV) deel.

Het uitgangspunt van de taskforce is dat taken toegewezen worden aan zorgverleners die ze op de meest doelmatige en kwaliteitsvolle manier kunnen uitoefenen. De taskforce wordt opgedeeld in een overkoepelende stuurgroep en in twee werkgroepen, basisopleiding en specialisatie. De basis van het projectplan is een leerladder met volgende categorieën en functies:

A. Algemene zorgen

  • Niveau 4: zorgkundige/verzorgende
  • Niveau 5: HBO5
  • Niveau 6: algemeen verpleegkundige

B. Gespecialiseerde zorgen

  • Niveau 6: de gespecialiseerde verpleegkundige

C. Advanced practice nursing

  • Niveau 7: verpleegkundig specialist
  • Niveau 8: klinisch verpleegkundig onderzoeker

De roadmap steunt vervolgens op drie punten. Enerzijds de taak- en functiedifferentiatie, die voor elk opleidings- en competentieprofiel gevalideerd moet zijn. Ook de transitie- en doorstroommogelijkheden moeten duidelijk voorzien worden. Anderzijds moeten er ook flankerende maatregelen komen om de aantrekkelijkheid van verpleegkunde te vergroten.

De taskforce weet alvast wat gedaan. Op de agenda staan onder meer: de vaststelling van het niveau 5-functieprofiel en het opleidingsniveau, de validatie van de andere functieprofielen zoals voorgesteld door de FRV, de definiëring van noodzakelijke reglementaire wijzigingen, de vaststelling van overgangsmaatregelen, het voorzien van brugopleidingen tussen de verschillende functies en concrete voorstellen doen om het beroep aantrekkelijker te maken. Eind december moet een concreet implementatieplan op tafel liggen.


Succesvol pilootproject rond thuistoediening Herceptin®

In een driejarig pilootproject van de overheid sloegen het UZ Leuven en Wit-Gele Kruis Vlaams-Brabant de handen in elkaar. Op de agenda: het thuis toedienen van Herceptin®, een geneesmiddel dat voornamelijk gebruikt wordt bij borstkankerpatiënten. Zij ontvingen tijdens dit proefproject thuis een inspuiting met het geneesmiddel.

Verpleegkundigen die deelnamen kregen eerst een opleiding over de behandeling en over de bereiding van Herceptin® via het gesloten systeem. Zo gaven verpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis gegevens over de bijwerkingen zorgvuldig in via het EVD. Dit werd doorgegeven aan het ziekenhuis, dat bij de eerstvolgende consultatie alles grondig bekeek en besprak. Het thuishospitalisatieverhaal wordt nu verder gezet met i-mens, zelfstandige thuisverpleegkundigen en huisartsenvereniging Khobra. Een samenwerking tussen meerdere partners van de eerstelijnszorg en dan de combinatie van loontrekkenden en zelfstandige verpleegkundigen. Het project is een succes en toont aan hoe transmuraal succesvol samengewerkt wordt om kwaliteitsvolle, veilige oncologische zorg aan huis te bieden. Het opent de weg naar concrete debatten en een definitief kader rond thuishospitalisatie in de oncologie. Nu is het enkel nog wachten op een financieel kader van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid.


Opleidingen verpleegkundige zitten in de lift

Met de start van het nieuwe academiejaar om het hoekje, zetten de inschrijvingscijfers voor zorgopleiding een positieve trend in. Odisee campus Sint-Niklaas tekent stijgingen op van 21% voor verpleegkunde en zelfs 60 procent voor vroedkunde. Vlaams Zorgambassadeur Lon Holtzer nuanceert: “Het is nog te vroeg om conclusies te trekken, maar we hopen wel op een stijging.”

“Zorgopleidingen zitten in de lift”. Met die kop kondigde Het Laatste Nieuws de opvallende inschrijvingscijfers voor opleiding in de zorgsector aan. Deze cijfers zijn uiteraard goed nieuws, maar we mogen er ons niet te veel door laten leiden. “Het gaat om voorlopige en beperkte cijfers”, benadrukt Lon Holtzer. “Scholen tellen ook vaak op verschillende manieren. Om een globaal beeld te krijgen is het dus echt nog te vroeg.”

Positieve tendens verwacht

Om de uiteindelijke trend in het aantal inschrijvingen vast te stellen, moeten de uiteindelijke cijfers van hogescholen en HBO5-scholen samen komen. Toch zijn de eerste cijfers wel degelijk goed nieuws. “Enerzijds brengen ze de zorgopleidingen nog eens onder de aandacht en dat is altijd goed. Anderzijds hopen en verwachten we ook wel een stijging aan het einde van de rit. Ik ben ervan overtuigd dat de zij-instroom boomt en projecten, zoals Project 600 en Kies voor de zorg, werpen hun vruchten af. Een positieve tendens zit er dus zeker in.”


Voor 11 euro naar de psycholoog?

De voorbije zomer kondigde de regering aan dat vanaf 1 september 2021 een consultatie bij de psycholoog nog 11 euro zou gaan kosten. Hoopvolle signalen voor veel zorgvragers, voor wie de financiële kost vaak een te hoge drempel is om een psycholoog te raadplegen.

In realiteit gaat het om een proefproject met een looptijd van twee jaar en vier maanden en met een budget van 151 miljoen euro. Psychologen zullen ingedeeld worden aan de hand van lokale netwerken. De Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen schat in dat slechts een derde van de geconventioneerde psychologen deel kan nemen. Welke psychologen dat precies zullen zijn, zal vanaf het najaar te vinden zijn op de website van het RIZIV.


Verder investeren in zorgpersoneel is een must

Het ontwerpadvies van de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen (FRZV) over de prioritaire behoeften in 2022 is goedgekeurd.  Vanuit hun eigen ervaringen en inzichten somde de Raad de belangrijkste investeringsposten op voor het komende jaar. Intussen is een NVKVV-werkgroep voor enkele van die behoeften al druk bezig achter de schermen.

COVID-19 was een echte stress-test voor de zorgsector, ook op financieel vlak. Reden temeer om heldere, maar ook realistische inschattingen te maken van de prioriteiten voor de komende jaren. Voor 2022 zette FRZV alvast zijn krijtlijnen op papier. “We namen zelf het initiatief om dit advies te formuleren”, zegt Koen Balcaen, lid van de Raad en voorzitter van de Werkgroep Directies van het NVKVV. “De gebeurtenissen van het afgelopen anderhalf jaar hebben dit advies mee gekleurd. Zowel naar inschatting van de mogelijkheden als naar het in kaart brengen van de pijnpunten.”

5 prioriteiten

Het ontwerpadvies bevat 5 concrete thema’s of projecten die volgend de Raad de nodige aandacht – en centen – verdienen:

  • Digitalisering, technologie en cybersecurity, met het geïntegreerd elektronisch patiëntendossier als grote troef
  • Verdere investeringen in voldoende en kwalitatief personeel, voor de juiste omkadering van patiënten
  • Financiering van lopende projecten die nieuwe zorgvormen bekijken en valideren in het kader van beter patiëntencomfort
  • Financiële middelen voor verplichtingen en hervormingen, zoals de verdere uitrol van ziekenhuisnetwerken
  • De behandelkloof in de geestelijke gezondheidszorg verkleinen en structurele financiering opzetten voor B4-contracten, een projectfinanciering die nu elk jaar moeten vernieuwd worden

Koen Balcaen: “De ondersteuning voor het zorgpersoneel is duidelijk prioriteit nummer 1. COVID-19 legde nog eens heel duidelijk de vinger op de wonde. We zoeken middelen om een veilige patiënt-verpleegkundige ratio te kunnen blijven garanderen, om de instroom te verhogen en om de passende ondersteuning voor zorgpersoneel te voorzien. Hoeveel extra middelen we nog kunnen krijgen, is nog maar de vraag als je weet dat al een miljard euro toegekend is voor 2022 (zorgpersoneelsfonds, 100%IFIC, sociale akkoorden). Een kritische evaluatie van het huidige financieringsmodel van de gezondheids- en welzijnszorg dringt zich op. Een duurzame financiering van de zorg, met dit advies in het achterhoofd, is volgens mij de toekomst”, besluit Koen Balcaen.


Laagdrempelige zorg voor dak- en thuislozen in Hasselt

Ondanks alle eerstelijninitiatieven vindt een bepaalde groep mensen nog steeds moeilijk de weg naar de reguliere zorg. Bij gebrek aan vertrouwen, financiële middelen of door hun persoonlijke problematiek. Voor deze groep zijn in Hasselt twee straatverpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis actief. Ivo Todts is een van hen en legt ons uit hoe ze te werk gaan.

Opgestart vanuit het Centrum voor Alcohol- en andere Drugproblemen in Hasselt, stapte Ivo Todts, psychiatrisch verpleegkundige van opleiding, in 2017 mee in het project. Het was opgezet om het hiaat op straat rond medische zorg op te vangen, met als oorspronkelijke doelgroep de veranderingsresistente alcoholgebruikers zonder netwerk. Door campagnes van het stadsbestuur om alcoholmisbruik op straat aan te pakken, bleek die doelgroep niet zo makkelijk te bereiken. “De alcoholgebruikers werden uit het straatbeeld verdrongen. Toen hebben we voorgesteld die doelgroep anders te definiëren. Vandaag richten we ons op dak- en thuislozen, sociaal geïsoleerde mensen die niet meer bij de reguliere zorg geraken. In Hasselt is dat in 95 procent van de gevallen mensen met een verslavings- of psychiatrische problematiek”, vertelt Ivo.

Herkenbare rugzak

Samen met collega Ilvie Awouters en met een grote rugzak vol medisch materiaal trekt Ivo dagelijks de straat op, langs pleinen, stationsbuurten, kraakpanden of sociale ontmoetingsplaatsen. “Op onze rugzak prijkt een groot rood kruis. Dat is heel herkenbaar en werkt drempelverlagend. Initieel dachten we dat het enige tijd zou duren eer mensen onze hulp zouden inroepen, maar door onze medische insteek hadden we onmiddellijk een mandaat op straat”, licht Ivo toe. “Om zelf verzorgd te worden, maar evengoed om iemand anders te helpen. Bovendien stappen wij op de mensen af. Dat is een andere insteek dan bij straathoekwerkers bijvoorbeeld.”

Sinds dit jaar maken Ivo en Ilvie deel uit van het team dak- en thuisloosheid van het OCMW Hasselt. Samen met vier sociaal werkers pakken ze meer aan dan alleen de medische hulpverlening. Todts: “Onze insteek is natuurlijk altijd de medische zorg. Denk aan wond- en voetverzorging, ontstoken abcessen maar ook chronische aandoeningen zoals diabetes. Al is de sociale problematiek van deze mensen nooit veraf. Dat casemanagement nam vroeger veel van onze tijd in. Het is dus een verademing dat we nu in een team met sociaal werkers zitten.”

Als straatverpleegkundige is het niet eenvoudig deze mensen terug in het reguliere zorgcircuit te krijgen. “Het vertrouwen is meestal langs beide kanten weg. De zorgvrager is vaak niet therapiegetrouw, wat tot een vicieuze cirkel leidt. Toch enten we ons op de verschillende teams, om die brug te slaan naar de reguliere zorg. Vanuit het Wit-Gele Kruis willen we kwaliteitsvolle, warme zorg thuis bieden. Die ‘thuis’ kan van vandaag op morgen ineens de straat worden. Wij willen ook daar de mensen ondersteunen, met onvoorwaardelijke zorg.” Een initiatief dat veel interesse wekt bij andere steden. Het Wit-Gele Kruis Limburg is dan ook van plan een uniform pakket van deze straatverpleegkunde naar heel Vlaanderen brengen.


Pilootproject digitaliseert Rwandese vroedkunde-opleiding

De Gentse Arteveldehogeschool, UGent en Medbook werkten samen met de Universiteit van Rwanda om een e-leerplatform voor Rwandese vroedkundestudenten op te zetten. Op die manier willen ze het nijpende tekort aan vroedvrouwen in het land aanpakken.

Het e-portfolio Medbook werd geïmplementeerd in twee ziekenhuizen in de hoofdstad Kigali. En dat verliep niet altijd van een leien dakje. Praktische zaken zoals internet en de kostprijs van de software veroorzaakten enkele problemen. Toch werpt het project duidelijk zijn vruchten af. Niet alleen tilt dit het Rwandese onderwijs naar een hoger niveau, het is ook een strategische aanpak van globale gendergelijkheid en het verminderen van moeder- en kindersterfte. Daarnaast kan Rwanda zo een kwalitatieve gezondheidszorg uitbouwen. “Dit project is niet enkel voor vroedkunde van toepassing. Elke zorgopleiding kan hier mee werken”, zegt Mieke Embo, onderzoeker aan de Arteveldehogeschool. Intussen wordt ook aan de Belgische vroedkunde-opleiding gewerkt. De Arteveldehogeschool stapte mee in het consortium SCAFFOLD, een multidisciplinair project dat onderzoekt hoe digitale portfolio’s het leren op de werkplaats ondersteunen. Die portfolio’s zullen vanaf 1 juli 2022 een grote rol gaan spelen in de zogenoemde Kwaliteitswet.


Inzet van het Zorgpersoneelfonds

Het Zorgpersoneelfonds werd opgericht in 2019 met als doel de werkgelegenheid, de bestaffing van verpleegkundigen en de aantrekkelijkheid van zorgberoepen te verbeteren. Ook voor de kosten van het ondersteunend personeel dat verpleegkundigen ontlast, kan een beroep gedaan worden op het Zorgpersoneelfonds. In 2019 werd hier 67 miljoen euro voor uitgetrokken, in 2020 ging het om 402 miljoen euro. Dat jaar kwam er naast de ziekenhuizen en de thuiszorg, ook geld bij voor opleiding en mentoring en voor zelfstandige thuisverpleegkundigen. Voor 2021 werd 354 miljoen euro uitgetrokken.

Uit een rapport van de FOD Volksgezondheid blijkt dat de verschillende sectoren goed gebruik gemaakt hebben van de beschikbare middelen. Zowel om banen te creëren als de arbeidsomstandigheden te verbeteren en om te investeren in opleiding en mentoring. In 2019 maakte het Zorgpersoneelfonds zo’n 1.000 voltijdse equivalenten (VTE) mogelijk. In 2020 ging het om liefst 4.500 VTE’s. Voor 2021 is 354 miljoen euro uitgetrokken.


Zorgpersoneel liet zich massaal vaccineren

De overheid wil de vaccinatie van het zorgpersoneel tegen COVID-19 verplichten. Vanuit het NVKVV baart ons dit zorgen. Minder mensen zullen misschien voor onze sector kiezen, terwijl de huidige vaccinatiegraad in de zorg een succesverhaal is. Zo’n 92 procent laat zich vaccineren, blijkt uit cijfers van Sciensano.

Toch moeten er enkele kanttekeningen gemaakt worden. Zo is het onduidelijk welke bron Sciensano gebruikt voor haar cijfers. Het totaal aantal verpleegkundigen in Vlaanderen zou volgens hen op 26.000 liggen, terwijl er volgens de federale data zo’n 140.000 actieve verpleegkundigen in ons land zijn, waarvan zo’n 85.000 in Vlaanderen.

Hoe dan ook ligt de vaccinatiegraad bij Vlaamse verpleegkundigen hoog. Waar het vaccin tegen Hepatitis-B de zorgverlener beschermt, beschermt het vaccin tegen de griep en COVID-19 vooral de zorgvrager. Vanwaar dan de twijfels bij verpleegkundigen die kiezen om zich niet te laten vaccineren? Enerzijds zijn de bijwerkingen op lange termijn niet gekend en het gaat hier niet om evidence-based medicine.

Ook de steeds wisselende richtlijnen van de overheid helpen niet en boezemen geen vertrouwen in. In het begin van de pandemie werden verpleegkundigen, zorgkundigen en artsen zonder bescherming in de vuurlijn gestuurd. De totale isolatie van intensieve patiënten en woonzorgbewoners van hun familie stond haaks op elke verpleegkundige visie en waarde. Ook het vrij laten uitvoeren van medisch-verpleegkundige handelingen, door zelfs dierenartsen, is door alle verpleegkundigen en artsen ervaren als een totaal negeren van hun deskundigheid en inzet. Dat verpleegkundigen ondanks al deze elementen zich toch massaal laten vaccineren, bewijst hun engagement voor de zorgvragers en voor de maatschappij.