Hoe technologie bijdraagt tot een goede mentale balans

Dat technologie een bijdrage levert in veel facetten van de gezondheidszorg spreekt voor zich. Denk aan het gebruik van een MRI-scanner, een insulinepomp of een pacemaker. In de geestelijke gezondheidszorg is dit een ander verhaal. Als klinisch psycholoog en onderzoeksleider van de Expertisecel Psychologie, Technologie & Samenleving aan de Thomas More-hogeschool wil Tom Van Daele daar verandering in brengen.

“Binnen de somatische zorg stelt niemand zich de vraag of technologie überhaupt wel nodig is. In de GGZ zien we meer terughoudendheid”, vertelt Tom. Toch vindt ook hier een verschuiving plaats. Niet in het minst door de impact van de pandemie. “Voor maart 2020 was een online consult ondenkbaar. Door de lockdown werd dat ineens wel mogelijk. Ook vandaag behouden een groot aantal therapeuten dat online aanbod. Al is innovatie in de GGZ niet nieuw en gaat het niet altijd hand in hand met technologie. Een nieuwe manier van werken is ook innovatief. Kijken we naar technologie binnen de GGZ, dan spreken we vooral over software-ondersteuning.” Samen met zijn collega’s onderzoekt Tom hoe, wanneer en bij wie technologische ondersteuning gericht gebruikt kan worden, afgestemd op de noden van de zorgvrager.

Huidig zorgmodel onder druk

De ongelijkheid tussen vraag en aanbod is een van de grootste uitdagingen in de GGZ. Een op drie Vlamingen krijgt ooit te maken met psychische klachten en daarvan zet dertig procent ook effectief de stap naar professionele hulp. “De nood aan technologische ondersteuning is reëel. Wij zien hierin drie grote takken. Allereerst het gebruik van online tools en apps binnen de context van het traditionele model met de één-op-één therapiesessies. Begeleide digitale interventieprogramma’s, waarbij mensen zelfstandig aan de slag gaan, vormen een tweede set. En dan hebben we de meer exotische nichetools, zoals wearables, virtual reality …”, zegt Tom.

Gebruik van begeleide zelfhulpinterventies

Door de stap naar online consultaties zetten therapeuten nu ook vaker ondersteunende apps in om de zorgvrager bij te staan en de tijd tussen sessies in beter te benutten. Bijvoorbeeld met meditatie-apps of apps die je stemming registeren. Tom: “Daarmee daalt de therapievraag natuurlijk niet. Willen we het traditionele model leefbaar houden, dan is een andere aanpak nodig. We zien dat in heel veel gevallen de eerste sessie(s) bij een therapeut gelijkaardig verlopen ongeacht de zorgvrager. Neem een depressie bijvoorbeeld. Je start met het creëren van inzicht: wat is een depressie, wat doet het met je, welke eerste kleine stappen kan je nemen?” Door het gebruik van digitale interventieprogramma’s kan iemand met milde tot matige klachten zelf aan de slag gaan met video’s, tips en tricks. “Al moet die persoon wel begeleid worden. Anders haken mensen af. Maar die begeleiding hoeft niet per se door een therapeut te gebeuren, ook een verpleegkundige kan bijvoorbeeld helpen om de motivatie hoog te houden. Bovendien is bewezen dat begeleide zelfhulp even goede resultaten oplevert als via het traditionele model.”

Betere resultaten door technologie

Het derde technologieluik gaat om middelen die de therapeut in staat stellen zaken te realiseren die anders niet mogelijk zijn. Zoals het gebruik van virtual reality voor het overwinnen van vliegangst. “Virtual reality biedt een gecontroleerde, rustige omgeving waarbinnen je een zorgvrager kunt confronteren met een angststoornis of trauma zonder dat je in het echte leven effectief terug moet naar die situatie. Toch ervaart de zorgvrager zijn gevoelens als echt. Je bouwt de confrontatie met het trauma ook veel gradueler op.”

Ook al staat het gebruik van deze tools nog in zijn kinderschoenen, toch kunnen zorgverleners hier al mee aan de slag. “Een zorgverlener komt regelmatig in contact met de zorgvrager en kan de nood aan psychologische ondersteuning beter inschatten. Wanneer die de zorgvrager doorverwijst naar de beschikbare technologie, is al een eerste stap gezet. Bovendien is het laagdrempelig, want je kan ermee aan de slag vanuit het comfort van je eigen thuis.” Met websites zoals depressiehulp.be en het onlangs gelanceerde onlinehulp-apps.be heeft een zorgvrager een ruim aanbod aan beschikbare informatie, tools en apps. Beide initiatieven worden ondersteund door de Vlaamse overheid. “En het wordt verder uitgebreid. Zo kunnen we met technologie al een grote groep mensen bereiken.”


Veilige en efficiënte patiëntidentificatie bij bloedtransfusie

Bloedstalen afnemen of bloedproducten toedienen doe je niet zomaar. Bij elke stap is controle op de identiteit van de zorgvrager belangrijk. Vandaar dat het UZ Gent standaard werkt met een dubbele identiteitscontrole. Deze manier van werken is niet feilloos en bovendien weinig efficiënt. Voor Christophe Jolie en Nele Dussart het uitgelezen moment om de technologie in te schakelen.

Tot nu toe gebeurt zowel de eerste als tweede identiteitscontrole bij bloedtransfusies door verpleegkundigen. De verpleegkundige vraagt de zorgvrager naam en geboortedatum te bevestigen, ook wel gekend als het time-out principe. Alleen is in de praktijk niet altijd een collega beschikbaar op het juiste moment. Daardoor vindt de tweede controle niet of gebrekkig plaats, wat leidt tot mogelijke fouten, zoals het toedienen van het verkeerde bloedproduct of het niet of fout labelen van een bloedstaal. Christophe Jolie, stafmedewerker ICT zorgtoepassingen en lid van de werkgroep ICT4care van het NVVV, en Nele Dussart, referentieverpleegkundige hemovigilantie en lid van het bloedtransfusieteam, gingen aan de slag. “De veiligheid van de zorgvrager staat voorop, vandaar dat de dubbele controle steeds moet gebeuren. Om tegemoet te komen aan het huidig probleem ontwikkelden we eIDvig”, vertelt Christophe.

Het tweede paar ogen

eIDvig is een elektronische tool waarbij software en een barcodescanner gebruikt worden om de tweede identiteitscontrole uit te voeren. In het ziekenhuis krijgt elke zorgvrager bij hospitalisatie of dagopname een polsband. Bij bloedtransfusie leest de verpleegkundige, na de time-out controle, met de scanner de polsband van de zorgvrager in en scant daarna het label op het bloedproduct of de bloedbuis. “Wanneer polsband en label overeenkomen, zet de verpleegkundige het werk verder. De scanner is dus het verplichte tweede paar ogen”, legt Nele uit. “Het verhoogt de veiligheid en garandeert een correcte transfusie. En het is efficiënter werken voor de verpleegkundigen.”

Breder toepassingsgebied

In normale werkomstandigheden staat de scanner met laptop op de zorgwagen. In sommige gevallen, zoals bij isolatie, geraakt een verpleegkundige niet met de zorgwagen tot bij de zorgvrager. “Daarvoor hebben we een mobiele oplossing gemaakt met smart device, op basis van dezelfde software. Het smart device laat toe de toepassing dichter bij de zorgvrager te brengen”, gaat Christophe verder.

Vandaag is eIDvig uitgerold in de operatiekwartieren, de afdelingen intensieve zorgen en hematologie en het brandwondencentrum. Christophe: “In het najaar implementeren we het in alle diensten. Daarnaast werken we aan een breder toepassingsgebied. In 2022 willen we namelijk ook identiteitscontrole voor andere labostalen integreren en de software verder uitbreiden naar het toedienen van cytostatica. Steeds vertrekkende vanuit dezelfde scanner en applicatie.” Nele vult aan: “Denk bijvoorbeeld aan een hematologiepatiënt waarbij veel bloedtransfusies nodig zijn en die ook cytostatica toegediend krijgt. Als dit geïntegreerd is in eenzelfde applicatie kan de verpleegkundige al deze zaken na elkaar uitvoeren met één scandevice aan het bed van de zorgvrager. Op een veilige manier.”


Een professioneel kompas, je hele carrière lang

Als (toekomstig) verpleegkundige koester je grote dromen. Om die te bereiken en het verschil te maken op de werkvloer is levenslang leren de hefboom. Welke competenties kan je nu al inzetten? En welke opleidingen brengen je dichter bij je doelen? Als een soort digitaal groeipad wijst MyCompass je als student of als praktiserende verpleegkundige de weg vooruit.

Waar zie jij jezelf binnen vijf jaar? Het is een vraag die heel wat radartjes in beweging zet. Voor beginnende verpleegkundigen, maar ook voor verpleegkundigen die elders een nieuwe uitdaging starten. Om je professionele doelen te bereiken, moet je leren, groeien en jezelf ontwikkelen. De weg kronkelt vaak en kent hindernissen. MyCompass plaveit die weg, met behulp van digitale tools en persoonlijke coaches. Het helpt je eigen professionele route uitstippelen, je leerproces plannen, bijsturen en evalueren. Met jouw talenten als basis, of je nu schrijft, foto’s of filmpjes maakt.

“Wat je moet kunnen om een diploma te behalen is wettelijk vastgelegd, zeker voor verpleegkundigen”, zegt Johan De Wilde, coördinator van MyCompass en expert in levenslang leren. “Voor de student zelf is het evenwel geen exacte wetenschap, maar vaak een zoektocht. Een waar MyCompass een leidende rol in kan geven. We hebben onder meer heel wat instrumenten om ook jezelf te evalueren. Daarin geef je je minpunten aan die je vervolgens gaat wegwerken tijdens een nieuwe stage of opdracht. Met MyCompass werken we niet alleen de minnetjes weg, maar zetten we ook de professionele droom voorop.” Sabien Van Rampelberg, coördinator Health Care Management aan Odisee, vult aan: “Studenten weten vaak niet waarom ze iets studeren. Deze toepassing geeft de student autonomie over zijn/haar leerproces: wie ben ik, wat wil ik, wie begeleidt mij? Door al zo vroeg in je studie hierover na te denken, verkleint dit ook de kans dat studenten afhaken tijdens de opleiding.”

Voortdurende evolutie

De app combineert vier pijlers. De MyCompass-pagina brengt je droom in beeld. Via MyCoach nodig je je eigen coaches uit. Zij motiveren, dagen je uit en inspireren. Op MyNetwork zie je waar andere gebruikers mee bezig zijn. MyShowcase tenslotte biedt je de kans een selectie van je leertraject en verwezenlijkingen te tonen aan potentiële partners of werkgevers, maar ook om uitdagingen te formuleren en je eigen groeipad uit te stippelen.

Net zoals een carrière is ook dit groeipad een dynamisch gegeven. Na elk leerproces blik je, samen met je coaches, tijdens overlegmomenten even terug. Aan de hand van deze evaluatie verfijn je waar nodig je droom en bereid je je voor op de volgende concrete uitdaging. “Zowel voor de werknemer als voor de werkgever is dit een praktische tool, als onderdeel van een duurzaam personeelsbeleid”, zegt Johan De Wilde. “Het laat de gebruiker toe om te groeien in de job. Voor studenten of net afgestudeerden verkleint de app dan weer de kloof tussen opleiding en werkveld omdat ze concreet weten welke richting ze uit willen. Die kloof is een universeel probleem en bij verpleegkundigen ongetwijfeld een oorzaak van de grote uitstroom.”

Levenslange tool

“De app wordt gebruikt in een aantal zorgopleidingen”, zegt Sabien. “Een neutrale blik helpt je het overzicht bewaren en de juiste keuzes te maken richting jouw professionele dromen. Maar het neemt ook onzekerheid weg. Ook bij zij-instromers of bij studenten en werknemers die heroriënteren. Je wordt geïnspireerd door de coaches die je aanduidt en aan hen heb je meteen ook een klankbord. Je kan sneller bij iemand terecht en voelt je gewaardeerd. Allemaal factoren die je veerkracht verhogen.”

Zelfs met de app blijft coaching iets heel persoonlijks. Als gebruiker kies je je eigen coaches. Die kunnen meerdere rollen aannemen naargelang de situatie: als klankbord, verkenner, inspirator of uitdager, zonder permanent karakter. De rollen vloeien in elkaar over, naar gelang je noden. “MyCompass is dan ook een levenslange tool”, besluit Johan. “De app geeft richting van de eerste sollicitatie over nieuwe functies en andere diensten tot informele contacten en gesprekken met collega’s, zorgvragers en coaches waaruit je zaken leert. Net zoals de werkcontext voortdurend verandert, legt de tool veel flexibiliteit aan de dag. Het helpt je keuzes te maken op basis van wie jij bent en wat jouw talenten zijn en niet enkel op basis van procedures en protocollen.”


Digitaal dagboek als hulpmiddel in GGZ

In de geestelijke gezondheidszorg vertelt de zorgvrager zijn/haar verhaal op een retrospectieve manier, een verhaal dat kan gekleurd worden door het geheugen of emoties die op het moment spelen. Om een accurater beeld te krijgen werd in 1977 de Experience Sampling Methode (ESM)[1] ontwikkeld. Een intensieve techniek waarbij iemand gevraagd wordt meermaals per dag een korte vragenlijst in te vullen over emoties, gedrag, en context. Een tijdrovend werkje, dat het Centrum voor Contextuele Psychiatrie (KU Leuven) in samenwerking met m-Path (KU Leuven) nu omzet naar een handige app.

Zorgverleners in de GGZ beseffen dat de mentale gezondheidsklachten van hun zorgvragers vaak momentopnames zijn, gebonden aan een context. Als zorgvrager in de GZZ ben je beïnvloed door je geheugen en je emoties. Om als zorgverlener een accuraat beeld te schetsen en de verbanden tussen gebeurtenissen en emoties in kaart te brengen, ontwikkelde de Amerikaans-Hongaarse psycholoog Mihalyi Csikszentmihalyi de Experience Sampling Methode (ESM). Toen was het een dagboekje met vragen waarvoor de zorgvrager tien keer per dag een herinnering kreeg via een horloge. Daaruit werd een grafiek gemaakt om de reactiviteit van emoties in kaart te brengen.

In de klinische realiteit was deze methode van in kaart brengen bijzonder tijdrovend, alles wat in het boekje werd ingevuld moest eerst handmatig in een computer worden gezet. Dat kan eenvoudiger, vonden ze bij KU Leuven. De afdeling Contextuele Psychiatrie ging samen met m-Path aan de slag en ontwikkelde op basis van ESM een app die toelaat klinisch relevante data te verzamelen en die meteen in kaart te brengen. “En die tool willen we klinisch implementeren. UPC Kortenberg en enkele zelfstandige praktijken testen die momenteel volop uit”, zegt Jeroen Weermeijer, onderzoeker Contextuele Psychiatrie aan de KU Leuven.

Emoties in realtime

Als zorgvrager installeer je de app op je smartphone. Daarna krijg je tienmaal per dag, een week lang, een melding om enkele vragen te beantwoorden. Dit duurt slechts één of twee minuten. “We peilen naar positieve stemmingen zoals tevredenheid, enthousiasme en ontspanning, maar evengoed naar negatieve emoties zoals eenzaamheid, angst, stress, onzekerheid of droefheid”, legt Jeroen uit. “Dat wordt gekoppeld aan de situatie waarin die persoon zich op dat moment bevindt: is hij/zij alleen, bij vrienden of familie, op het werk, enzovoort.”

Een dagboek in realtime dus. “Dit werkt heel eenvoudig voor alle betrokken partijen. Als zorgvrager ben je bewuster met je emoties bezig en als zorgverlener kan je er de behandeling op af stemmen. Zo kan de zorgvrager één week de app gebruiken, therapie volgen en dan ter evaluatie nog een week de vragenlijsten invullen”, zegt Jeroen. “Je kan die beide weken vergelijken en concluderen of de behandeling al dan niet aanslaat. Dit is overigens niet enkel interessant voor de behandelende arts of psycholoog, maar ook voor verpleegkundigen en andere leden van het zorgteam. Tijdens briefings kan duidelijk aangegeven worden of de betrokken zorgvrager al dan niet vooruitgang boekt, gekoppeld aan zijn/haar gedrag.”

Momenteel peilt de app standaard naar zorgvragers hun emoties en context, maar zorgverleners kunnen ook eigen vragenlijsten opstellen of vragen toevoegen die speciaal zijn ontwikkeld voor dwangstoornissen, psychoses of niet-suïcidale verwondingen of suïcidale gedachten. Op termijn zal de tool ook de mogelijkheid bieden om vragen toe te voegen over bijvoorbeeld depressie of burn-out. “De zorgverleners die de app vandaag gebruiken zijn in het algemeen positief. Al hebben ze terecht ook bezorgdheden over privacy en anonimiteit. De app die we gebruiken voldoet aan alle GDPR-richtlijnen en is volkomen veilig”, zegt Jeroen nog. “We willen hiermee onderzoek en de klinische realiteit samenbrengen. Bruggen bouwen, zeg maar.”

[1] Csikszentmihalyi, M, Larson, R., & Prescott, S. (1977). Flow experience in the daily lives of older adults: An analysis of the interaction between flow, individual differences, serious leisure, location, and social context. Journal of Youth and Adolescence6, 281–294.


Collega’s versterken met taalapp

Dat er een tekort aan zorgpersoneel is, hoeven we niet meer te schrijven. Nochtans is er een grote groep mensen die wel over de nodige kwalificaties beschikt, maar die het Nederlands of Frans nog niet helemaal machtig is. Taalapps zijn daarin een partner voor de zorginstellingen.

In de zorg is communicatie een belangrijke vaardigheid. Praten met je zorgvrager, je collega’s en leidinggevenden is essentieel bij het uitvoeren van je job. Er zijn heel wat mensen gekwalificeerd om te werken in de zorg, maar sommigen van hen beheersen het Nederlands niet voldoende. Een probleem waar taalapps raad mee weten.

Momenteel lopen er twee proefprojecten met taalapps in de zorgsector. Eén in Kliniek Sint-Jan in Brussel, een ander in een woonzorgcentrum van vzw Zorg-saam ZKJ. De taalsituaties die de gebruikers voorgeschoteld krijgen, zijn niet willekeurig gekozen. Samen met de zorginstelling wordt gekeken wat de communicatieve situaties zijn tussen de medewerkers en de patiënten of bewoners. Wat moeten ze zeker weten en waar kunnen eventueel misverstanden ontstaan? Die communicatieve noden verschillen bij iedere zorginstelling en dus is personalisatie van de app zeer belangrijk. Daarnaast is ook implementatie op de werkvloer belangrijk. vzw Zorg-saam ZKJ geeft haar medewerkers tien minuten per werkdag de tijd om met de app bezig te zijn, in Kliniek Sint-Jan gebeurt dat op zelfstandige basis.

“De taalapp met specifieke medische situaties is een grote meerwaarde, in combinatie met lessenreeksen.”

Zorggerichte situaties

Doke van Well is taalcoach in Kliniek Sint-Jan in Brussel. Een omgeving waar tweetaligheid een grote troef is. Van augustus tot oktober 2020 verzamelde ze een dertigtal medewerkers om de taalapp te testen. “Het was een zeer divers team van artsen, verpleegkundigen, psychologen, zorgkundigen en andere medewerkers. Allen beheersten ze het Frans zeer goed en wilden ze Nederlands leren”, zegt Doke. “Voor ons was dit een positief verhaal. We kregen veel praktische oefeningen aangereikt voor de medische sector. Een grote meerwaarde, in combinatie met de lessenreeksen die we aanbieden.”

Vooral de interactieve omgeving en de variatie aan oefeningen zijn voor Kliniek Sint-Jan grote pluspunten. Je leert woordenschat en verbetert je luister- en spreekvaardigheid. “Toch dook hier en daar ook wat frustratie op. We werkten met mensen van verschillende achtergronden die vaak met een ander accent praten. Wanneer ze een oefening moesten inspreken, kregen ze vaak een foutmelding. Dat was niet meteen motiverend”, licht Doke toe. “Maar algemeen was de feedback positief. Via het dashboard kon ik alles opvolgen en de deelnemers vlot feedback geven. Voor hen was dat zeer zinvol, net zoals het themagericht werken. Dat is heel concreet en meteen toepasbaar. Ze leren de taalspecifieke noden die komen kijken bij de dosering van medicatie, het contact met de collega’s, een administratieve taak, enzovoort.”

Filip Vandaele, voorzitter van de werkgroep innovatie bij vzw Zorg-saam ZKJ, beaamt het verhaal van Doke. “De app moest nog verder ontwikkeld worden richting ouderenzorg. We verzamelden initieel een groep anderstalige medewerkers om de gebruiksvriendelijkheid van de algemene app te testen vooraleer we gingen personaliseren en nieuwe contexten creëren”, vertelt Filip. “Sinds december testen twaalf mensen in WZC Sint-Elisabeth in Eeklo de app. Dat zijn zowel verpleegkundigen en zorgkundigen als keuken- en onderhoudspersoneel. Ze krijgen elk een mix van oefeningen voorgeschoteld, toegespitst op hun specifieke job. Tachtig procent van hen volgt dat zeer nauwkeurig op. Ze vertrekken vanuit het Pools, Portugees of Hindi en verbeteren zo hun Nederlands. De Nederlandstalige verpleegkundigen zijn in bepaalde regio’s schaars. De anderstalige medewerkers en hun collega’s waarderen deze aanpak enorm. De eerste reacties zijn zeer enthousiast, een officiële evaluatie volgt later.”

 

Onze werkgroep ICT4care zet zich in om dergelijke projecten in de schijnwerpers te zetten.