Afdeling in de Kijker: “Geen enkele dag is dezelfde”

Op de dienst spoedgevallen van het AZ Glorieux in Ronse werkt een enthousiast team van 28 verpleegkundigen, 9 ambulanciers en 10 artsen. Elke dag zetten ze zich samen honderd procent in voor patiënten in nood. “Onze patiënten komen zowel uit Vlaanderen als uit Wallonië”, zegt Vincent Vanvossel, hoofdverpleegkundige spoedgevallen/MUG. “We zijn dus allemaal goed tweetalig. Voor nieuwe collega’s durft het Frans wel eens een uitdaging te zijn. Het brengt vaak enkele versprekingen en hilarische situaties met zich mee.”

Met een professionele aanpak houdt het volledige team het werk interessant en leerrijk, en de patiënten veilig. “Het leuke aan de spoeddienst is dat je begint aan een shift en dat je nooit kan voorspellen wat je te wachten staat”, vult spoedverpleegkundige Stéphanie Vanavermaete aan. “Geen enkele situatie is dezelfde. En net wanneer je denkt alles meegemaakt te hebben, duikt er iets nieuws op op.”

“Wat ons team uniek maakt is dat we een hechte groep zijn. Collega’s staan altijd klaar om elkaar te helpen. We delen een lach en een traan, en gaan geen enkel probleem uit weg”, zeggen spoedverpleegkundigen Elies Goeminne en Emmily Vandergheynst nog. “Daarnaast houden we er als team ook van om op tijd en stond wat stoom af te blazen met een leuke teamactiviteit. Dan gooien we alles los en kunnen we er weer tegenaan.”


Verpleegkundige als reisgezel

Maarten Desimpel is directeur patiëntenzorg in het PZ Bethaniënhuis. Daarnaast is hij ook actief als voorzitter in de werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg van het NVKVV.

Als verpleegkundige ben je elke dag in contact met een patiënt. Je wordt steeds met de verschillende aspecten ervan geconfronteerd. Aspecten die meteen ook de veelzijdigheid en complexiteit van ons beroep aantonen. Die veelzijdigheid en complexiteit zullen in de toekomst alleen maar toenemen. Om verschillende redenen. Niet in het minst omdat patiënten een gelijkwaardige partner in de zorg willen. Dat vraagt een andere kijk op verpleegkundige zorg. Verpleegkundigen en patiënten gaan zo samen op weg. Enerzijds de verpleegkundige als professional, anderzijds de patiënt als deskundige van zijn eigen leven en verhaal. Elk met eigen waarden, normen en bronnen van zingeving. Deze tocht is voortdurend zoeken en afstemmen, als gelijkwaardige partners. Ook de familie is een betrokken partner. Zorg en behandeling vinden dus plaats door het bij elkaar brengen van het vakmanschap van de zorgverlener met de mogelijkheden en verantwoordelijkheden van de patiënt en zijn omgeving, rekening houdend met hun sociaal-maatschappelijke context.

Daarnaast stuurt de overheid aan op meer transparantie over de kwaliteit van de zorgverlening. De media en de maatschappij kijken kritisch naar hoe de geestelijke gezondheidszorg vorm krijgt. Maar hoe krijg je de kwaliteit van zorg transparant als je ervan uitgaat dat ongrijpbare elementen zoals het geloof in het unieke van iedere mens, de herstelstroming, de therapeutische  relatie, het nemen van verantwoorde risico’s en participatie de cruciale elementen zijn van kwalitatieve GGZ. Strategieën voor kwaliteitsverbetering gaan voorbij aan de essentie van ons werk en leiden af van onze kernopdracht.

Een derde reden waarom de complexiteit in de toekomst zal toenemen is de vermaatschappelijking van de zorg. De geestelijke gezondheidszorg zal steeds meer vorm krijgen binnen de gemeenschap met nieuwe ontwikkelingen zoals een betere samenwerking met verschillende partners en meer ambulante begeleiding. De uitdaging wordt om binnen een complex netwerk van zorgverleners samen te werken zonder de patiënt en zijn omgeving uit het oog te verliezen. Binnen zo’n netwerk zullen verpleegkundigen autonomer zijn en toch kunnen samenwerken. Dit vraagt andere vaardigheden op het vlak van afstemming, communicatie en continuïteit van zorg in vergelijking met verpleegkundige zorg die binnen de muren van een ziekenhuis plaats vindt, in de nabijheid van een collega’s en een multidisciplinair team.

Residentiële zorg zal op haar beurt specialistische zorg zijn. Verpleegkundigen zullen steeds meer geconfronteerd worden met moeilijke vragen, die ontwrichtend kunnen zijn voor individuen en teams. Hoe kunnen we in deze context met passie en compassie blijven werken in de GGZ?

Goede zorg moet niet enkel zinnig en zorgzaam zijn, maar ook zuinig door de talloze zorgvragen en de schaarse middelen. Dit alles speelt zich af in een context van toenemende juridisering. Want  steeds meer patiënten grijpen naar gerechtelijke procedures wanneer – al dan niet schijnbaar- iets lijkt te zijn fout gegaan in de zorg. En ongetwijfeld gaan er soms zaken fout in de zorg die we bieden. Dit maakt deel uit van het nemen van verantwoorde risico’s. Net het bieden van die kansen wordt onder druk gezet door die toenemende juridisering. En dit is slechts een greep uit de aspecten waar we als verpleegkundigen mee geconfronteerd worden.


Juridische vragen en antwoorden #6

Behoudt een verpleegkundige zijn/haar titel bij overstap naar een afdeling functiemetingen?

“Een hoofdverpleegkundige pediatrie met BBT pediatrie-neonatale zorgen wil overstappen naar een consultatie met functiemetingen. Behoudt die persoon dan zijn/haar titel? Is dit een IFIC-bevoegdheid?”

Antwoord:

Er is een onderscheid tussen de BBT en de eraan verbonden premie. De vraagsteller verwijst naar het koninklijk besluit 30.07.2018 dat niet gaat over de BBT maar over behoud van de premie. We veronderstellen dat dit de eigenlijke vraag is. Voor zover de verpleegkundige onder de CAO ziekenhuispersoneel valt, houdt hij/zij de premie die hij/zij kreeg op 31.08.2018, ook als hij/zij van dienst verandert en de BBT niet behoudt. Dit is federale wetgeving en moet niet nagevraagd worden bij IFIC.

Mag een familielid een ander vorm van vrijheidsbeperking vragen in een instelling?

“In een instelling met fixatie-armbeleid wil de familie van een bewoner dat een verpleegdeken gebruikt wordt in plaats van de maatregelen die de instelling toepast (bed tegen de muur, in laagste stand, matras op de grond aan vrije kant).Wat is daarvoor het juridisch kader? Wat is de aansprakelijkheid bij een val?”

Antwoord:

Vrijheidsbeperkende maatregelen zijn een verpleegkundige handeling B1. Verpleegkundigen beslissen zelf deze al dan niet toe te passen voor de veiligheid van de patiënt/resident. De patiënt, of zijn vertegenwoordiger, moet hiervoor zijn toestemming geven, volgens het informed consent van de wet patiëntenrechten. Indien de patiënt zelf niet meer kan beslissen, duidt de wet een vertegenwoordiger aan, zoals een familielid, die kiest in plaats van de patiënt/bewoner.

De instelling moet de familie volledige informeren over de mogelijkheden van vrijheidsbeperking met hun voor- en nadelen, inclusief voor het verpleegdeken de beleving van de patiënt en het risico op verstikking. De familie weegt het valrisico af tegen de nadelen van fixatie. De familie tekent af dat ze de informatie gekregen heeft en wat de beslissing is en is dus verantwoordelijk voor de beslissing en gevolgen. Indien de resident nadien valt of een ongeval heeft in de verpleegdeken, is het personeel of de instelling niet aansprakelijk.


Netwerk aan het Woord: “Jezelf zijn en je buikgevoel volgen”

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaag? Els Bulteel is directeur zorgverleners bij ZorgConnect en springt af en toe bij als thuisverpleegkundige. Ze is dan ook lid van de werkgroep Thuisverpleegkundigen.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

Ik ben al van kinds af met het menselijk lichaam bezig. Toen verzamelde ik al de Zonnestraaltjes en had ik een microscoop waar ik druppels bloed en andere dingen bestudeerde. Mijn mama was ook verpleegkundige en werkte op de geriatrie. Dus misschien heb ik het zo ook wel mee gekregen. Ik vond het ook wel heel toffe studies. We vormden een hechte groep en die band versterkte tijdens de stages. Als jong persoon wordt op dat moment een zekere maturiteit van je verwacht. Daarvoor konden we steeds bij elkaar terecht.

Wat boeit je in je job?

Als thuisverpleegkundige vond ik het wel tof om bij de mensen thuis te komen, soms jarenlang. Je hebt een meer persoonlijke band omdat je meteen de context van de zorgvrager ziet en diens omgeving en familie. Momenteel kan ik een toffe combinatie maken van werken als verpleegkundige en de administratie en het wettelijke kader er rond. Denk maar aan facturatie, het zelfstandig statuut, … Zo kan ik onze thuisverpleegkundigen ondersteunen in hun job.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Je moet steeds jezelf zijn en je buikgevoel volgen. Thuisverpleegkundigen hanteren een gezonde mix van meedenken, uitvoeren en hun technische kennis. Maar je moet ook sociaal voelend zijn, een gezonde band opbouwen met je zorgvrager en intussen je professionaliteit bewaken.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

Er zijn zoveel mooie momenten, ook in de palliatieve zorg. Je krijgt enorm veel van je zorgvragers terug. Ook op menselijk vlak. Die dankbaarheid is hartverwarmend. Ze nemen je mee op in hun kring en tegelijk zorgen ze mee voor jou.

Zijn er ook minder fijne momenten?

Absoluut. Het is frustrerend wanneer zorgvragers je niet toelaten, bijvoorbeeld. Of wanneer je machteloos staat. Zo zijn er situaties waar sprake is van verwaarlozing door de familie, maar jij bent niet de baas in huis. Je kan wel zaken signaleren, maar je mag op dat vlak niet ingrijpen.

Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

De werkdruk is toch een uitdaging. Er is een chronisch tekort aan verpleegkundigen, vooral omdat ze niet efficiënt worden ingezet. Laat verpleegkundigen doen wat ze geleerd hebben om te doen. Laat hen een coördinerende zorgfunctie opnemen en het netwerk rond de zorgvrager opbouwen. Al ontbreekt daar vandaag het wettelijke en financiële kader.

Wat doe je in je vrije tijd?

Ik speel bridge en ga al wel eens shoppen. En ik spreek ook vaak af met vriendinnen en kijk er naar uit om op reis te gaan. Daarnaast breng ik mijn vrije tijd heel graag door met mijn gezin.

Wil jij ook lid worden van de werkgroepen of Regionale Netwerken van het NVKVV? Schrijf je in met een mailtje naar info@nvkvv.be.


“Onze job is meer dan foto’s nemen”

Az Damiaan in Oostende staat voor toegankelijke, patiëntgerichte en hoogtechnologische zorg. De dienst Medische beeldvorming is daar een mooi voorbeeld van.

“We zijn een jong en dynamisch team. Er is altijd een toffe sfeer op de dienst, dankzij het nauw en fijn samenwerken met de collega’s en de radiologen”, vertelt verpleegkundige Sandy Malengier. “Ikzelf heb meerdere taken op dienst, waaronder mammografieonderzoeken, RX-foto’s en CT-scans. De veelzijdigheid van de job maakt het elke dag boeiend.” Het onderzoek zelf duurt meestal heel kort. De patiënten in die beperkte tijd een veilig gevoel geven waarbij ze goed geholpen zijn, is telkens de uitdaging waarvoor het ganse team gaat. “Het contact met de patiënten, zowel van de spoedgevallendienst, gehospitaliseerde patiënten als ambulante patiënten, is heel belangrijk en geeft mij veel voldoening. Onze job is meer dan foto’s nemen alleen. Wij staan ook in voor het informeren, begeleiden en de nazorg van onze patiënten”.

Op de dienst Medische beeldvorming van het Az Damiaan kan je onder andere terecht voor echografie, RX-onderzoek, CT- en NMR-scan. Recent werden belangrijke investeringen gedaan om het volledige echografiepark te vervangen met de laatste nieuwe beschikbare state-of-the-art toestellen. “Az Damiaan is zo volledig mee met de laatste technologische evoluties binnen het domein van de echografie”, zegt dokter Alain Broeders, diensthoofd Medische beeldvorming. Ook de overige beeldvormingstechnieken voert Az Damiaan uit met de modernste toestellen zodat comfort en veiligheid voor de patiënt gegarandeerd zijn. Daarnaast scholen de artsen, verpleegkundigen en technologen zich continu bij om de allernieuwste methoden te kunnen toepassen.


Meeleven of meelijden

Liesbeth Moortgat zegt de verpleegkunde vaarwel en vat in het onderwijs een nieuwe uitdaging aan. Ze neemt afscheid van haar grote liefde met deze column. We wensen Liesbeth veel succes in haar nieuwe job.

Het is een tijdje geleden, maar die dag zal me altijd bijblijven. “Hoe was je dag”, vroeg mijn echtgenoot toen ik deze avond thuiskwam. “Druk blijkbaar, ik zie het aan je overdreven druk gedoe.” “Ja druk”, antwoordde ik. “Goed dat het weekend is.” En ik schrobde ijverig verder. Spontaan kwam een quote uit Topdokters die ik eerder via Twitter de wereld instuurde in mijn gedachten: “Je mag meeleven, niet meelijden met je patiënten.”

Ja het was druk, maar niet anders dan anders. Iedere dag stel ik patiënten gerust, bied ik een luisterend oor en stuur ik therapieën bij. Iedere dag vertelt iemand mij een verhaal dat mij raakt. Maar vandaag was toch net even anders. Vanaf het moment dat ik een dringende mail binnen kreeg van Tom dat het echt niet goed met hem gaat, stonden mijn voelhorens op scherp. Toen hij dan plots verscheen op een dringende consultatie bij de IBD-arts bleek mijn hier-zit-iets-niet-pluisgevoel te kloppen.

Tom is ziek, erg ziek, en een opname is onvermijdelijk. Tom is een jonge man, een student met een blokperiode en examenperiode voor de boeg. Hij lijdt al enkele jaren aan colitis ulcerosa. Toen de ziekte in remissie was besloot Tom zijn medicatie te stoppen. Alles ging behoorlijk. Tot nu. Het gaat niet goed met Tom en hoge dosissen cortisone brengen geen soelaas. Zijn ontstekingswaarden blijven stijgen. Ik ga dagelijks bij hem langs.

Vanochtend werd ik door de verpleegkundigen van de verblijfsafdeling opgebeld, Tom wou me dringend zien. Ik ga zo snel mogelijk langs en tref een bleke, klamme en nerveuze jongeman aan. Hij heeft de hele nacht gepiekerd. Hij is bang voor de toekomst, bang voor wat komen kan. Het taboewoord stoma valt. Ik kan het niet wegwimpelen, ik kan het niet minimaliseren. Eerlijkheid voorop om een vertrouwensband met je patiënten op te bouwen.

Ik bevestig dat een totale colectomie met stoma is een therapie-optie die niet zo heel veraf meer is. Hij weet het, maar het effectief horen, doet hem in een onbedaarlijke huilbui uitbarsten. Ik laat hem huilen, neem hem vast en hij begint nog harder te huilen. Wat volgt is een prachtig gesprek over het niet afhankelijk willen zijn van zijn ziekte, over gemiste kansen en het verlies van hechte vriendschap.

Het raakt mij echt, het raakt mij diep. We zijn beiden dankbaar voor dit moment.

Is dit meeleven of is dit meelijden? Ik weet het niet en ik wil het eigenlijk niet weten. Ik weet enkel dat dit de start is van een hechte zorgrelatie, een relatie in vertrouwen en het begin van een lange weg. Fingers crossed dat de cortisone alsnog zijn werk doet en het maandag beter gaat met Tom, en zo niet weet ik dat wij in echtheid en vertrouwen met elkaar om kunnen gaan, wat de toekomst ook voor Tom in petto heeft.

 

Poetsen helpt mij om mijn gedachten te ordenen, los te laten en vooruit te kijken. En nee mijn huis blinkt niet van boven tot onder, want anders zou ik iedere dag heel ‘drukke’ dagen hebben.


Juridische vragen en antwoorden #5

Moeten studenten en stagiairs verpleegkunde zich laten vaccineren?

“Mag een stageplek een student weigeren omdat hij/zij niet gevaccineerd is of zijn vaccinatiestatus niet wil delen?”

Antwoord:

De stageplek moet hen steeds informeren over de hygiënemaatregelen en PBM’s ter beschikking stellen. Het NVKVV kijkt voor een antwoord op deze vraag naar de vaccinatie tegen bijvoorbeeld hepatitis. Juridisch hoeft een persoon niet bekend te maken of hij/zij al dan niet gevaccineerd is. Daarom wordt de afwezigheid op het werk om zich te laten vaccineren ook aangeduid in het personeelsregister als “klein verlet”. Vaccinatie is een vrije keuze. Toch heeft de werkgever, zoals een stage instelling, de plicht om werknemers, of stagiairs, te beschermen tegen beroepsziekten. Daarom is in de gezondheidszorg een inenting tegen Hepatitis-B verplicht.

De werkgever kan een verplichte vaccinatie wel in het arbeidsreglement opnemen. Aanvaardt de kandidaat de functie, dan gaat hij/zij uit vrije wil akkoord zich te laten vaccineren. Weigert de kandidaat dit, mag de werkgever beslissen deze persoon niet aan te nemen. Bij een eventuele weigering tot vaccinatie of een leugen, ligt de aansprakelijkheid voor een besmetting bij de werknemer zelf.

Mag een leerling een negatieve eindevaluatie aanvechten?

“Tijdens een stage thuisverpleging voert een leerling HBO5 een blaassonde uit bij een door haar niet gekende patiënt, op aandringen van die laatste. De leerling licht de gediplomeerde verpleegkundige (mentor) niet vooraf in. Bij de sondage ontstaat een bloeding waarop de gediplomeerde de techniek overneemt. Dit voorval samen met eerdere bemerkingen leidt tot een negatieve quotatie van de stage. De leerling wil dit aanvechten. Kan dit?”

Antwoord:

Een leerling kan niet gebuisd worden voor één fout. Om een oordeel te vellen over een negatieve evaluatie worden steeds beide partijen gehoord. Niet één stagedienst of stagebegeleider beslist over het slagen in de studies. De eindevaluatie gebeurt door de klassenraad. Indien de leerling meent een onterechte negatieve evaluatie gekregen te hebben, moet ze een schrijven sturen aan de klassenraad met haar argumenten.

Belangrijke kanttekening wat de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de fout betreft: de leerling/student moet werken als zorgvuldige leerling/student. De gediplomeerde verpleegkundige moet niet aanwezig zijn bij het uitvoeren van elke handeling tijdens de stage. Dit is dus geen fout van de stagementor. Van een zorgvuldige leerling mag verwacht worden dat hij/zij een techniek niet uitvoert zonder toelating of inlichten van de stagementor of vermelding in het zorgplan. Een leerling handelt niet op eigen initiatief maar doet enkel wat opgedragen of minstens afgesproken is met de gediplomeerde stagementor.


“Je opleiding begint pas eens je op de werkvloer staat”

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Liesbeth Van Uytvanghe (47 jaar) is verpleegkundig pijnconsulent in het OLV Ziekenhuis Aalst-Asse-Ninove en lid van de werkgroep Pijnverpleegkundigen.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

Tijdens mijn middelbare studies twijfelde ik tussen een job in het onderwijs of de zorgsector. Door verschillende vakantiejobs in een woonzorgcentrum ben ik toch overstag gegaan voor de zorg. Vooral het sociale aspect trok me over de streep. Het is fijn om met de mensen een babbeltje te slaan. De job draait om veel meer dan louter het verzorgen zelf. Ik ben er graag voor de mensen en bied hen met plezier een luisterend oor.

Wat boeit je in je job?

Het persoonlijk contact met zowel patiënten als collega’s geeft me veel energie. Ik heb ook het geluk dat ik op verschillende afdelingen kom en op drie campussen werk. Mijn job is dus heel afwisselend door die veelzijdigheid aan contacten. Bovendien krijg ik de kans om me regelmatig bij te scholen. Ik geef met plezier mijn kennis door aan collega’s. En ik werk trouwens als gastdocent mee aan de opleiding voor referentiepijnverpleegkundigen. Dat leunt dan weer aan bij mijn interesses toen ik tiener was. Een leuke combinatie van onderwijs en zorg dus.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Flexibiliteit en verantwoordelijkheidsgevoel zijn voor mij essentieel. Verpleegkundige zijn is geen 9-to-5-job. Ook de zin om nieuwe zaken te willen leren typeert een goede verpleegkundige, net als de aandacht voor het menselijke aspect. Een verpleegkundige moet zich kunnen inleven in de situatie van de zorgvrager. Die persoon heeft altijd recht op informatie en ondersteuning. Hoe druk het ook is voor de verpleegkundige.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

Wanneer we een klein verschil kunnen maken voor een patiënt of wanneer we een collega of student waar we mee samenwerken zien evolueren. Daar doe ik het voor. Het was ook bijzonder hoe COVID19 mensen van verschillende afdelingen samenbracht als team. Elk met de wil er iets moois van te maken. Het toont hoeveel veerkracht we hebben, ook tijdens extreme omstandigheden.

Zijn er ook minder fijne momenten?

Geconfronteerd worden met de beperkingen van de geneeskunde vind ik moeilijk. Er zijn helaas geen wondermiddeltjes beschikbaar. Soms moeten we een patiënt zeggen dat we niet meer kunnen doen. Dat geeft me een enorm machteloos gevoel.

Wat zijn de uitdagingen van vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

Dat verpleegkunde een knelpuntberoep is en de werkdruk dus hoog ligt, is niet nieuw. Toch vind ik dat we er het beste van moeten maken. Veel hangt af van het team waarin je zit, maar je kan zelf een positieve bijdrage leveren en het verschil maken. Daarnaast is het belangrijk om te beseffen dat je opleiding eigenlijk pas begint eens je op de werkvloer staat. De medische wereld verandert aan een razendsnel tempo, dus continu bijleren is noodzakelijk. Met je opleiding krijg je de basis mee en dan begint het pas.

Wat doe je in je vrije tijd?

Ik kook heel graag voor familie en vrienden, vooral desserts. Ook op het werk mogen ze geregeld van mijn bakkunsten proeven. Dat waarderen de collega’s wel. Mijn favoriet blijft een recept van mijn grootmoeder voor een overheerlijke chocoladecake. Reizen en op restaurant gaan vind ik heel ontspannend, maar met de pandemie was dat nu niet echt mogelijk. Dus mijn man en ik wandelen veel en hebben zo al heel leuke plekjes ontdekt.

 

Wil jij ook lid worden van de werkgroepen of Regionale Netwerken van NVKVV? Schrijf je in met een mailtje naar info@nvkvv.be.


Hoe technologie bijdraagt tot een goede mentale balans

Dat technologie een bijdrage levert in veel facetten van de gezondheidszorg spreekt voor zich. Denk aan het gebruik van een MRI-scanner, een insulinepomp of een pacemaker. In de geestelijke gezondheidszorg is dit een ander verhaal. Als klinisch psycholoog en onderzoeksleider van de Expertisecel Psychologie, Technologie & Samenleving aan de Thomas More-hogeschool wil Tom Van Daele daar verandering in brengen.

“Binnen de somatische zorg stelt niemand zich de vraag of technologie überhaupt wel nodig is. In de GGZ zien we meer terughoudendheid”, vertelt Tom. Toch vindt ook hier een verschuiving plaats. Niet in het minst door de impact van de pandemie. “Voor maart 2020 was een online consult ondenkbaar. Door de lockdown werd dat ineens wel mogelijk. Ook vandaag behouden een groot aantal therapeuten dat online aanbod. Al is innovatie in de GGZ niet nieuw en gaat het niet altijd hand in hand met technologie. Een nieuwe manier van werken is ook innovatief. Kijken we naar technologie binnen de GGZ, dan spreken we vooral over software-ondersteuning.” Samen met zijn collega’s onderzoekt Tom hoe, wanneer en bij wie technologische ondersteuning gericht gebruikt kan worden, afgestemd op de noden van de zorgvrager.

Huidig zorgmodel onder druk

De ongelijkheid tussen vraag en aanbod is een van de grootste uitdagingen in de GGZ. Een op drie Vlamingen krijgt ooit te maken met psychische klachten en daarvan zet dertig procent ook effectief de stap naar professionele hulp. “De nood aan technologische ondersteuning is reëel. Wij zien hierin drie grote takken. Allereerst het gebruik van online tools en apps binnen de context van het traditionele model met de één-op-één therapiesessies. Begeleide digitale interventieprogramma’s, waarbij mensen zelfstandig aan de slag gaan, vormen een tweede set. En dan hebben we de meer exotische nichetools, zoals wearables, virtual reality …”, zegt Tom.

Gebruik van begeleide zelfhulpinterventies

Door de stap naar online consultaties zetten therapeuten nu ook vaker ondersteunende apps in om de zorgvrager bij te staan en de tijd tussen sessies in beter te benutten. Bijvoorbeeld met meditatie-apps of apps die je stemming registeren. Tom: “Daarmee daalt de therapievraag natuurlijk niet. Willen we het traditionele model leefbaar houden, dan is een andere aanpak nodig. We zien dat in heel veel gevallen de eerste sessie(s) bij een therapeut gelijkaardig verlopen ongeacht de zorgvrager. Neem een depressie bijvoorbeeld. Je start met het creëren van inzicht: wat is een depressie, wat doet het met je, welke eerste kleine stappen kan je nemen?” Door het gebruik van digitale interventieprogramma’s kan iemand met milde tot matige klachten zelf aan de slag gaan met video’s, tips en tricks. “Al moet die persoon wel begeleid worden. Anders haken mensen af. Maar die begeleiding hoeft niet per se door een therapeut te gebeuren, ook een verpleegkundige kan bijvoorbeeld helpen om de motivatie hoog te houden. Bovendien is bewezen dat begeleide zelfhulp even goede resultaten oplevert als via het traditionele model.”

Betere resultaten door technologie

Het derde technologieluik gaat om middelen die de therapeut in staat stellen zaken te realiseren die anders niet mogelijk zijn. Zoals het gebruik van virtual reality voor het overwinnen van vliegangst. “Virtual reality biedt een gecontroleerde, rustige omgeving waarbinnen je een zorgvrager kunt confronteren met een angststoornis of trauma zonder dat je in het echte leven effectief terug moet naar die situatie. Toch ervaart de zorgvrager zijn gevoelens als echt. Je bouwt de confrontatie met het trauma ook veel gradueler op.”

Ook al staat het gebruik van deze tools nog in zijn kinderschoenen, toch kunnen zorgverleners hier al mee aan de slag. “Een zorgverlener komt regelmatig in contact met de zorgvrager en kan de nood aan psychologische ondersteuning beter inschatten. Wanneer die de zorgvrager doorverwijst naar de beschikbare technologie, is al een eerste stap gezet. Bovendien is het laagdrempelig, want je kan ermee aan de slag vanuit het comfort van je eigen thuis.” Met websites zoals depressiehulp.be en het onlangs gelanceerde onlinehulp-apps.be heeft een zorgvrager een ruim aanbod aan beschikbare informatie, tools en apps. Beide initiatieven worden ondersteund door de Vlaamse overheid. “En het wordt verder uitgebreid. Zo kunnen we met technologie al een grote groep mensen bereiken.”


Netwerk aan het woord: “Elk kind heeft zijn specifieke context en eigen pad”

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Evi Mervilde (41 jaar) is hoofdverpleegkundige Afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie in het UZ Gent en lid van de werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

Toen ik zes jaar was, wist ik al dat ik verpleegkundige wilde worden. Als klein meisje was ik gefascineerd door het reilen en zeilen van het ziekenhuis en meer bepaald door de inzet en de taken van verpleegkundigen. Voor mij waren het echte helden. Die bewondering is doorheen de jaren gebleven. De keuze voor GGZ heeft vooral te maken met de manier waarop je het werk kan invullen en wat je voor iemand kan betekenen.

Wat boeit je in je job?

De Kinder- en Jeugdpsychiatrie is een zeer brede wereld en het werk is dus enorm gevarieerd. Wat het zo speciaal maakt, is dat elk kind zijn specifieke context en problematiek heeft en zijn eigen unieke pad bewandelt. Bovendien hebben de kinderen of jongeren nog hun hele leven voor zich. Dat maakt onze vechtlust enorm groot om samen een mooie weg uit te stippelen voor hen. En voor een stuk ook mee de strijd te voeren voor een betere omkadering, zodat deze kinderen de juiste zorg krijgen.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Authenticiteit, spontaneïteit en echt een deel van jezelf durven tonen binnen deze omgeving vind ik cruciaal om een goede verpleegkundige te zijn. Als hoofdverpleegkundige tracht ik ook niet te protocollair te zijn en mijn eigen kijk of idealen niet op te dringen aan het team. Ik vind het belangrijk om samen met het team onze visie vorm te geven.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

Als je als één team aan iets bouwt en je collega’s daardoor veel gemotiveerder zijn, dat is bijzonder. Een ander aspect heeft betrekking op de kinderen en jongeren zelf. Onlangs herontdekte een patiënt de liefde voor het spelen van muziek en was ons daar enorm dankbaar voor. Die kleine momenten van betekenis voor deze kinderen zijn fantastisch.

Zijn er ook minder fijne momenten?

Wanneer je merkt dat je botst op de grenzen van wat mogelijk is. Grenzen van wat wij kunnen bieden of grenzen van de context van het kind, zoals bijvoorbeeld financiële grenzen of draagkracht. Of wanneer je hoort dat een patiënt en/of het gezin, die al een mooi traject aflegden, een grote terugval heeft. Dat zijn zeer harde momenten. Wat ik ook moeilijk vind, is dat we vaak niets meer horen nadat een traject op onze afdeling afgerond is, zelfs na een langdurige opname. Als je heel intensief met iemand hebt samengewerkt, ben je benieuwd hoe het nadien evolueert met die persoon. Past die nog toe wat die hier geleerd heeft, zijn er al volgende stappen gezet, … ? Het zou fijn zijn daar meer zicht op te hebben.

Wat zijn de uitdagingen van vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

Een grote uitdaging is de motivatie van verpleegkundigen. Dan bedoel ik enerzijds de moed niet verliezen in de job en blijven geloven in wat we doen. Onze job vraagt echt heel veel van mensen, ook op persoonlijk vlak. De uitdaging is om het mooie te blijven zien in wat we doen, ondanks de vele grenzen waar we op botsen en de soms harde momenten. Anderzijds zitten we met de toegenomen werkdruk en administratieve last. Hierbij is het belangrijk om de essentie niet uit het oog te verliezen, namelijk het bieden van nabijheid en bereikbaarheid voor deze kinderen en het kunnen samenwerken met hem. Soms is het een beetje zoeken naar een goede balans.

Wat doe je in je vrije tijd?

Veel van mijn vrije tijd gaat naar mijn gezin. Ik geniet bewust van de momenten samen, zoals eens gaan wandelen in het bos met de kinderen. Of afspreken met vrienden en een glas drinken. Daar laad ik enorm van op.

 

Wil jij ook lid worden van de werkgroepen of Regionale Netwerken van NVKVV? Schrijf je in met een mailtje naar info@nvkvv.be.