Enkele maanden geleden maakte ik kennis met Louise. 2 keer per week moest ik haar een vitamine B-12-injectie geven. Ze zag er vermoeid en gespannen uit.
Ze vertelde me dat ze niet of nauwelijks nog van huis kon. Haar echtgenoot was, na een longoperatie en daarna ook een hersenbloeding, deels hulpbehoevend. Louise hielp hem met zijn dagelijkse verzorging. Alles deed ze nog zelf: het huis onderhouden, koken,... De kinderen gingen werken en hadden kleine kinderen. Daarom was er weinig tijd over. Het begon Louise een beetje te veel te worden. Samen bekeken we de mogelijkheden om haar zorg wat te ontlasten. De oppasdienst gezinszorg werd voor 2 middagen in de week geregeld. Die namiddagen was haar man in veilige handen en kon Louise even de deur uit. Haar huis wilde ze nog zelf blijven schoonmaken. Een voorstel om haar man één keer per week te komen wassen werd eerst aarzelend ontvangen. Uiteindelijk gingen ze beiden akkoord. Achteraf gezien is Louise blij met deze hulp. Ze is een stuk rustiger nu. In overleg met Louise en haar echtgenoot, is de toiletzorg ondertussen opgevoerd naar meerdere keren per week. Haar man kon zo stilletjes aan wennen aan het idee afhankelijker te zijn en ook aan ons, verpleegkundigen. Een tijdje geleden bezorgde ik hun de brochure van de ziekenzorgvakanties. Zij gaven zich reeds op voor een vakantie in het voorjaar en kijken hier erg naar uit. Het is een typisch voorbeeld hoe thuisverpleging zelden “ergens ‘even’ een spuitje geven” is. Het is belangrijk open te staan en feeling te hebben voor de behoeftes en noden van onze patiënten, ook al kunnen zij dit niet altijd zelf meteen zo aanbrengen. Dat is een belangrijk, onmisbaar deel van ons beroep.
Nieuwe reactie inzenden